Op zaterdag 14 januari 2006 vond er een bijeenkomst plaats in Den Haag. De titel van de bijeenkomst was: de kloof tussen ouders en kinderen. Het voorstel kwam namens een onafhankelijk initiatief nemer Parweez koehestanie die samen met de Afghaanse islamitische en culturele vereniging van Den Haag, Aria vroeg om samen met hun de dag mogelijk te maken.
Aria zag het als een goede mogelijkheid om een bijdrage te leveren bij dit goede doel. De verwachting was dat er ongeveer 150 gasten zouden komen, maar tot onze verbijstering en blijdschap mochten we ruim 250 bezoekers verwelkomen. De bezoekers waren van verschillende leeftijden en uit verschillende streken.
Volgende sprekers waren er allemaal aan het woord:

  • Dhr. Baburi: voorzitter van de vereniging in Den Haag
  • Dhr. Parweez Koehestanie: ceremoniemeester van de avond
  • Dhr. Faiz Karim: voorzitter Aria
  • Dhr. Ahied: islam geleerde
  • Mev. Zohra Moallemzadeh: vicevoorzitter Aria (nu secretaris Aria)
  • Dhr. Rasoel Bawaray: hoogleraar archeologie in Kabul Universiteit
  • Dhr. Torabi: hoogleraar van medische faculteit van Kabul Universiteit.
  • Dhr. Abdul Kareem Qaderi: hoogleraar in universiteit van Herat
  • Mev. Parween Sorabi: ruim 15 jaar bezig met onderzoek naar problematiek bij allochtonen en in het bijzonder Afghanen.
  • Mev. Nahid: culturele antropologe (speciaal voor deze bijeenkomst uit Engeland gekomen)

 
De sprekers gingen elk op hun eigen manier het probleem toelichten. Aan het einde was er ruimte voor vragen vanuit het publiek.
Faiz (namens Aria) lichtte aan Nederlands en aan niet-Afghaans sprekende gasten de bedoeling van de dag, het programma en het probleem in Nederlands toe.
Zohra (namens Aria) besprak het ontstaan van de culturele problemen. Hoe komt het dat jongeren (en ouders) in de Westerse samenleving problemen met elkaar krijgen? Volgens Zohra komt dat, onder andere, doordat de jongeren geen vaste culturele identiteit hebben omdat de belevingswereld ‘thuis’ en ‘buiten’ verschillend zijn. Door de taalachterstand wordt het moeilijker om de verschillen in deze twee culturen met de ouders te communiceren. De voorbeelden die ze gaf droegen bij aan het verder verduidelijken van haar opvatting. Het in een serieus gesprek totaal verschillend interpreteren van ‘in de ogen kijken’ of juist ‘naar de grond kijken’ in de Afghaanse en Nederlandse cultuur, maakt het voor de kinderen moeilijk om te bepalen hoe ze moeten reageren. Als oplossing voor de problemen gaf Zohra aan dat er vooral gecommuniceerd moet worden tussen ouders en kinderen. De toesprak van Zohra was in het dari en werd zeer gewaardeerd door het publiek, ook omdat het in een door iedereen verstaanbare taal was voorgedragen.
De rode draad in de toespraken van allen was het belang van de taal bij het oplossen van problemen tussen jongeren en hun ouders. ‘Taal is niet alleen een middel om met elkaar te communiceren’ zo betoogde, bijvoorbeeld, Nahid ‘Taal is ook een belangrijke factor in het vormen van de identiteit.’ De sprekers constateerden het als een probleem dat de jongeren niet meer de taal van hun ouders kunnen spreken. Het ironische was nog wel echter dat ze bezig waren met toespraken waarin veel theorie over cultuur werd behandeld in, voor jongeren, moeilijke woorden. Tijdens pauze was er eten voor alle bezoekers. De bijeenkomst werd afgerond door een muziekgroep uit Arnhem en kon iedereen weer gezellig bijkomen van lange, maar zeer informatieve toespraken. Alle Aria leden die mee hadden gedaan, en alle bezoekers die aanwezig waren, worden van harte bedankt.